Waar de school voor staat

Matthijsje is in veel opzichten een basisschool als vele andere. Alles wat kinderen tussen de vier en twaalf jaar moeten leren, staat op het programma. En na groep acht vervolgen ze hun studie in het voortgezet onderwijs. Een gewone basisschool? Toch niet.

Levensbeschouwelijke identiteit
Stichting Matthijsje is ontstaan vanuit de B’ulah-hoeve in Steenwijk. De B’ulah-hoeve is een leefgemeenschap die rond 1970 ontstond, doordat mensen elkaar herkenden in levensvragen zoals: wat betekent wat ik lees in de Bijbel voor mijn leven hier en nu? De bewoners en betrokkenen van de B’ulah-hoeve ervaren dat God, die zich openbaart in de Bijbel, betrokken wil zijn bij alle details van het dagelijks leven. Deze basis heeft richting en vorm gegeven aan ons onderwijs en is een inspiratiebron voor team- en bestuursleden.

Bestuurlijke missie en visie
In de statuten van de stichting staat verwoord:
“De Stichting heeft tot doel het oprichten en in stand houden van één of meer instellingen van onderwijs; schoolgemeenschap(pen) waar, in een sfeer van vrede en veiligheid, kinderen samenleven en tot ontplooiing kunnen komen. In hope dat de kinderen, in het dagelijkse leven met het team, zelf op zoek gaan naar een leven met God; de God die zich openbaart in de bijbel.”
“Het onderwijs is in zijn pedagogische visie en vormgeving tevens geïnspireerd door leven en werken van Janusz Korczak.”

Missie en visie / onderwijsconcept van onze school
Basisschool Matthijsje biedt een veilige omgeving waar ieder die daar binnenstapt, Gods vrede kan ondergaan en waar het samen leven als kinderen en volwassenen centraal staat.
In deze omgeving kunnen kinderen een harmonieuze, brede en eigen ontplooiing doormaken waarbij ze zich ontwikkelen tot sociale en bewuste burgers. De gezinnen kunnen daarbij optimaal deel uitmaken van de schoolgemeenschap.

Zoeken naar Gods vrede
We kunnen het zelf niet maken of garanderen dat God Zijn vrede geeft, maar er wel met elkaar naar zoeken. Daarom onderschrijven leerkrachten en bestuursleden die worden aangesteld de grondslag van de school zoals die in de statuten verwoord is. In ons dagelijks handelen vragen we leiding van God. Ons schoolconcept is ontstaan vanuit dit zoeken en niet vanuit een vooraf bedacht ideaal. In alle praktische uitwerkingen willen we op diezelfde manier ontdekken wat goed is voor ieder kind en ieder persoon in de school. Respect voor ieders eigen overtuiging hoort daar bij. Van ouders verwachten we dat ze onze identiteit en visie respecteren.

Veilige omgeving
We schenken veel aandacht aan het welbevinden van leerlingen, ouders en personeel. Ruzies worden zo veel mogelijk uitgepraat. Aan leerlingen wordt minimaal twee keer per jaar gevraagd hoe het met ze gaat in de klas. Leerkrachten hanteren duidelijk regels in de klas en de school. Het leerlingenparlement heeft inbreng in de schoolomgeving en regels. Leerkrachten zijn zowel in de klas als bij het buiten spelen altijd aanwezig. De dag wordt door het team gezamenlijk begonnen en afgesloten, waarbij het ook mogelijk is om zich persoonlijk te uiten. Door de gemeenschappelijk basis (grondslag) en veel onderling contact is er eenheid in het team. We hebben veel contact met ouders en in oudergesprekken is ook aandacht voor hun welbevinden op school. Ouders voelen zich vrij om voor schooltijd de klas binnen te stappen om even bij hun kinderen te kijken.

Samen leven
We werken met kleine combinatiegroepen rond de 15 leerlingen. De leerkracht heeft daardoor met iedere leerling contact. De leerlingen doen veel dingen samen, in het werken, spelen en ontdekken. Elk kind in de bovenbouw is mentor van een kind in de onderbouw. Zij doen samen onder andere creatieve opdrachten en worden bij festiviteiten aan elkaar gekoppeld.
Ouders maken samen (onder schooltijd) de school schoon op vaste momenten en helpen mee bij het onderhoud. Feesten worden gezamenlijk met ouders en team voorbereid en gevierd. Op ouderavonden zijn ouders in principe allemaal aanwezig. Deze avonden hebben afwisselend een (onderwijs)inhoudelijke, actieve of creatieve invulling.

Harmonieuze ontwikkeling
Iedere leerling wordt elk schooljaar minimaal 3 keer in het team besproken. Hierbij komt zowel de cognitieve als de sociaal-emotionele ontwikkeling aan bod. Bij elke bespreking wordt gekeken of het kind zich in harmonie ontwikkelt. Het doel is dat leerlingen niet op één gebied excelleren, maar zich op alle gebieden ontwikkelen. Om dit te bevorderen maken we zonodig plannen voor individuele leerlingen.

Brede ontplooiing
Naast de cognitieve leerstof bieden we de leerlingen ook veel praktische vaardigheden. Daarbij gaan we uit van het principe: “leren door doen”. Iedere leerling leert technische, verzorgende, creatieve en expressieve vaardigheden tijdens arbeid, natuur en techniek, handvaardigheid, koken, dierenverzorging, muziek, toneel, schaken, tuin- en terreinonderhoud.
Er is veel aandacht voor bewegingsonderwijs. Zowel in het buitenspelen als tijdens de gymlessen is er veel aanbod qua materiaal, spel- en oefenvormen en tijd.

Eigen ontplooiing
In groeps- of individuele gesprekken staan we stil bij het maken van eigen keuzes. Leerlingen leren te kiezen voor wat zij willen of belangrijk vinden. Dit komt in veel aspecten naar voren. Onder andere bij het uitpraten van ruzies, kiezen van een ‘vrijdagmiddagactiviteit’, ruimte voor eigen ideeën bij creatieve vakken en bij werken in hoeken. In het brede aanbod kan iedere leerling ontdekken wat zijn/haar kwaliteiten zijn, maar leert de leerling ook grenzen verleggen, nieuwe dingen ervaren. De leerkrachten zorgen op de nodige momenten voor reflectie en verdieping. Zij moeten elke leerling leren kennen om te weten wat voor hen belangrijk is. De leerkrachten maken gebruik van teamcoaching (in vergaderingen, leerlingbesprekingen en dagafsluitingen) en indien nodig van externe deskundigen om de leerlingen goed te begeleiden.

In de kleutergroep ligt de nadruk op een spelend en ontdekkend ontwikkelen. Leerkrachten oefenen niet zozeer vaardigheden met de leerlingen, maar bieden materiaal aan dat hen ondersteund in hun ontwikkeling en rijping.

Sociale en bewuste burgers
In de relatief kleine combinatiegroepen leren de leerlingen om rekening te houden met elkaar. Doordat de leerkracht tijd en aandacht heeft voor het benoemen van gevoelens en gevolgen van handelen, krijgen leerlingen inzicht en vaardigheid in de sociale omgang. De leerlingen verzorgen de schoolomgeving en de dieren op school en krijgen hierdoor oog voor hun omgeving. Nagenoeg iedere leerling neemt een jaar lang deel aan het leerlingenparlement. Hierbij moeten ze beslissingen nemen in het belang van de school en de medeleerlingen. Ieder parlementslid ervaart hoe het is om een vergadering voor te zitten en deel te nemen aan stemmingen. Alle leerlingen leren om hun stem uit te brengen op een persoon die zij geschikt vinden.

Schoolgemeenschap
Ouders, leerkrachten, vrijwilligers en bestuursleden voelen zich thuis op Matthijsje.
Ouders kiezen bewust voor (de identiteit van) de school en doorlopen daartoe een uitgebreide kennismakingsprocedure. Ouders weten dat er van hen verwacht wordt dat ze ook praktisch een steentje bijdragen.
Dagelijks zijn er ouders in school aanwezig voor het ondersteunen bij huishoudelijke of onderwijsondersteunende taken en hun kinderen kunnen met hen in de huiskamer hun fruit/drinken nuttigen in de ochtendpauze. Ouders ervaren dat we er samen voor staan. Leerkrachten voelen zich op hun gemak bij elkaar en ervaren een positieve waardering voor hun werk door collega’s, bestuur en ouders.
Vrijwilligers hebben een vrijwilligerscontract waarin beschreven staat wat er van hen verwacht wordt. Zij ontvangen dezelfde informatie als de ouders over het reilen en zeilen in school.
De bestuursleden kunnen hun werk met plezier doen, voelen zich thuis op school en worden door directeur en team goed geïnformeerd over de gang van zaken in school.
Ouders betalen een inkomensafhankelijke vrijwillige ouderbijdrage. Vrijwilligers en bestuursleden ontvangen geen vergoeding. Leerkrachten zetten zich met hart en ziel in en onderschrijven van harte de grondslag en het concept van de school. Deze inzet van alle geledingen maakt niet alleen ons onderwijsconcept mogelijk, maar geeft ook de betrokkenheid bij de schoolgemeenschap weer.

Kwaliteit en professionaliteit
De leerlingen hebben aan het einde van de basisschool voldoende bagage om de overstap naar het voortgezet onderwijs te maken. We geven ze hiertoe een gedegen advies, gebaseerd op de vorderingen die in het leerlingvolgsysteem (LVS) zijn genoteerd. Jaarlijks evalueren we of de gegeven adviezen correct waren en de gegevens in het LVS voldoende houvast bieden. Ook vragen we jaarlijks of leerlingen het onderwijsaanbod goed vonden aansluiten bij het vervolgonderwijs. Verder stellen we eens in de twee jaar vast of het onderwijsaanbod passend is bij de landelijke ontwikkelingen. Het beleid is er op gericht om door de inspectie minimaal met een voldoende te worden beoordeeld. Bij de eindtoets zullen we op schoolniveau niet meer dan 1 jaar onder de ondergrens van de inspectie scoren. Voor de vakken Taal, Lezen, Rekenen maken we gebruik van methodes die voldoen aan de referentieniveaus.
Het team ontwikkelt zich passend bij de schoolontwikkeling. Hiertoe spreekt het team per jaar een begeleidingstraject af met de schoolbegeleider. Iedere leerkracht besteedt daarnaast per schooljaar minimaal 4 dagdelen aan professionalisering d.m.v. cursussen, workshops en dergelijke.